|
Boelaremeersen
De Boelaremeersen liggen in de Dendervallei op het grondgebied van Nederboelare, Schendelbeke en Onkerzele.
Het landschap langs de rechteroever (kijk stroomafwaarts, richting Gavers) is bijna volledig open en bestaat uit soortenrijke weilanden, soms omringd door een rij knotwilgen. Langs de linkeroever vinden we een mozaïek van valleibosjes, verruigde graslanden en moerasvegetaties met riet en ruigtekruiden waar populieren stonden ingeplant.
De populieren werden grotendeels gekapt en opgeruimd omdat ze een negatief effect hebben op de natuurwaarden van de moerasvegetaties. Het resultaat is een gevarieerd en natuurlijk landschap waarin plaats is voor rietvelden, natte ruigtes en opslag van wilgen, elzen, essen en eiken.
Dit is het ideale biotoop voor verschillende vogelsoorten van riet en struweel.
De meest bijzondere broedvogels zijn waterral, Cetti’s zanger en rietgors. De grachten, greppels en veedrinkpoelen vormen, in combinatie met de ruigte-vegetatie en de verspreid staande bomen en struiken, een geschikt leefgebied voor heel wat libellen. In de grachten oogt de uitbundige bloei van waterviolier bijzonder spectaculair.
Het krioelt er van de padden en kikkers. Ook verschillende vlindersoorten voelen zich hier thuis. De meest opvallende soort is de sleedoornpage die zijn eitjes legt op jonge uitlopers van de sleedoorn. De meest zeldzame soort die voorkomt in het reservaat is echter een klein slakje, de zeggekorfslak. Dit is zelfs een Europees beschermde soort!
Om dit halfopen landschap in stand te houden, wordt het extensief begraasd door runderen. Hiervoor werken we samen met landbouwers uit de omgeving.

|
Opvallende soorten

Rietgors (Jean Van Holen)

Sleedoornpage (Walter Vandermeulen)

Waterviolier
(Johnny Cornelis)

Zeggekorfslak
(Yves Adams)
|