Na een korte rit lang Nismes parkeren we aan de spoorweg, net ten zuiden van Tienne aux Pauquis. De eerste uren kuieren we langs de bosrand waar de bloeiende wollige sneeuwbal meest in het oog springt. Via een langzaam klimmend pad bereiken we uiteindelijk het plateau waar de fotografen laaiend enthousiast worden van de gele toefjes voorjaarsganzerik en de blauwe aarereprijs. De wandeling gaat verder langs opengemaakte weiden (Life-project), waarvan we de topresultaten wellicht over een paar jaar mogen verwachten, tot aan de steile kalkhelling, een prachtige bloemrijke rotstuin. Groepjes van duinsalomonszegel vormen er een wit accent in de tapijten van aarereprijs, voorjaarsganzerik, vleugeltjesbloem, gamander en engbloem. Op de terugweg nemen we nog de korte klim naar Roche à Lomme waar we genieten van prachtige vergezichten over de valleien van l’ Eau Noire en l’Eau Blanche, met vlak voor ons de samenvloeiing, de officiële start van de Viroin. Wim, Bruno en Johan, die een kortere route hadden genomen om te kunnen snuffelen tussen de afvalhopen langs beneden, leggen ons de foto’s voor van gladde slang, hazelworm en muurhagedis.
We picknicken op het terras van een cafeetje achter de kerk van Nismes, waar we voor de eerste keer kennis maken met de Super des Fagnes, het plaatselijke streekbier, in min of meer goed gevulde glazen. De grote gele kwik heeft er een vaste stek.
